Gericht beleid begint met helder inzicht en overzicht. Arbeidsmarktdata vormen hiervan het fundament.
Op deze pagina vind je belangrijke landelijke arbeidsmarktcijfers van de sector zorg en welzijn. We nemen je mee in de actuele ontwikkelingen binnen de sector, en bieden handvatten om mogelijke arbeidsmarktgerelateerde problemen aan te pakken of juist door te pakken op de positieve punten.
Hoewel de sector zorg en welzijn last heeft van toenemend personeelstekort, moet worden opgemerkt dat de sector qua omvang alsmaar blijft groeien: in het derde kwartaal van 2025 waren ruim 1,5 miljoen werknemers (1.530.400) in de sector werkzaam. Net als in de voorgaande kwartalen blijft het aantal zelfstandigen dalen, waarschijnlijk als gevolg van de (aangekondigde) handhaving op schijnzelfstandigheid. Ten opzichte van een jaar eerder, zijn er 28.000 zelfstandigen minder in de sector werkzaam en ook ten opzichte van voorgaande kwartalen in 2025 is een daling zichtbaar.
Dat de sector in omvang blijft toenemen, is het logische gevolg van een recordaantal personen dat in het derde kwartaal van 2025 is ingestroomd als werknemer: 196.700. Daar tegenover staat een relatief laag aantal uitstromende werknemers: 148.600 hebben de sector verlaten. Instroom minus uitstroom zorgt voor een positief saldo van 48.090 (het hoogste saldo gemeten in de afgelopen vier jaar).
Het verzuimpercentage is ieder jaar in het derde kwartaal lager dan de andere kwartalen en ook dit jaar is dit zichtbaar. 7,0% van de werkenden was vanwege
kort of langdurig verzuim niet aan het werk. Wanneer voor seizoenseffecten wordt gecorrigeerd, blijkt dat het verzuimpercentage gelijk is gebleven aan de vier kwartalen ervoor (7,4%).
Ondanks dat er een hogere instroom is en ook de uitstroom beperkt is, is het aantal openstaande vacatures nog steeds erg hoog. Hoewel de sector dus groter is dan ooit, blijft het tekort in zorg en welzijn nijpend.
Hoewel de relatie niet één op één zichtbaar is, laten de belangrijkste cijfers van de arbeidsmarkt van zorg en welzijn nu wel zien dat de handhaving op schijnzelfstandigheid impact heeft. In de kwartalen hiervoor en daarmee de aanloop naar de handhaving zagen we nog minimale verschillen maar daar is nu verandering in gekomen. De sector is groter dan ooit maar kampt aan de andere kant ook met een recordaantal openstaande vacatures. Het gat tussen vraag en aanbod is groot wat zorgt voor druk op de werkenden (in loondienst). Het voortschrijdend verzuimpercentage is stabiel en de verwachting is niet dat hier de komende jaren een positieve verandering in gaat komen.
Organisaties die niet meer met zelfstandigen werken, zullen op andere manieren de openstaande vacatures op moeten vullen of de werkzaamheden moeten afschalen. Het is positief om te zien dat er nog steeds een beduidend hogere instroom is dan uitstroom van de sector. De sector slaagt er dus nog steeds in om meer professionals aan te trekken en juist nu zelfstandigen in loondienst zijn gekomen, is het een goed moment om in te spelen op hun behoeften om ze ook in loondienst te houden.
Aantrekken aan de voorkant is enkel zinvol als de deur aan de achterkant gesloten is (of op een kier staat voor professionals die o.a. de pensioengerechtigde leeftijd bereiken). Iedere vrijwillig vertrekkende professional is er één teveel. Eén van de mogelijkheden om inzicht te krijgen in de vertrekredenen van personeel, is via het landelijke uitstroomonderzoek zorg en welzijn.
Instroom vanuit het onderwijs, het sectorrendement, is op dit moment nog stabiel maar als gevolg van verminderde instroom in het onderwijs worden de instroomaantallen in de sector mogelijk ook lager. Het is voor werkgevers belangrijk om zich naast het aantrekken van gekwalificeerd personeel vooral te focussen op het behoud van personeel en dus de achterdeur zoveel als mogelijk gesloten te houden. Personeel in brede zin: werknemers maar ook ingehuurd personeel.
Dit vraagt van werkgevers het kennen van en waar mogelijk tegemoet komen in de wensen en behoeften van het personeel om te voorkomen dat ze de organisatie, branche of zelfs de sector verlaten. De in december 2025 verschenen prognoses van zorg en welzijn voor 2035 laten zien dat de verwachte tekorten wederom groter zijn dan eerder verwacht. Het is dus van groot belang om niet alleen met de huidige arbeidsmarktproblemen bezig te zijn, maar vooruit te kijken naar de toekomst en maatregelen te treffen die ook op de lange termijn positieve effecten hebben.
De permanente personeelstekorten en de stijgende zorgvraag zetten druk op de continuïteit en kwaliteit van de zorg. RegioPlus ziet de problemen op de arbeidsmarkt in zorg en welzijn als een gezamenlijke maatschappelijke opgave die alleen kan worden opgelost als werkgevers, professionals en burgers samenwerken. Dit vraagt van werkgevers om anders te denken en te handelen: werkgevers moeten het werk vernieuwen en aantrekkelijker maken. Banen moeten worden aangepast op mensen, niet andersom.
Daarnaast is een transformatie van de sector nodig. Dit vraagt om modern, innovatief werkgeverschap. RegioPlus pleit hierbij voor sterkere regionale samenwerking tussen werkgevers, bijvoorbeeld in de vorm van regionaal werkgeverschap. Gezamenlijk hebben werkgevers en andere stakeholders (onder andere onderwijs, gemeenten) de kracht om impact te maken: individueel is dit een lastige opgave. Door modern werkgeverschap wordt er meer perspectief geboden aan professionals, en kunnen ze niet alleen baanzekerheid maar ook loopbaanzekerheid verkrijgen. Zo wordt de instroom in de sector vergroot en de uitstroom juist beperkt.
Beter beleid dankzij data
RegioPlus verzamelt en analyseert grote hoeveelheden data om grip te hebben en houden op de arbeidsmarkt zorg en welzijn. Dit doen we door samen te werken met het landelijke onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (AZW) en actief mee te denken met het vernieuwen en verbeteren van het datawarehouse voor Zorg en Welzijn van CBS, maar ook door geanonimiseerde macrodata op het niveau van functies van het PensioenFonds Zorg en Welzijn (PFZW) te analyseren. Op deze manier zijn de regionale werkgeversorganisaties en RegioPlus continu op de hoogte van belangrijke ontwikkelingen en ondersteund met het Prognosemodel Zorg en Welzijn ontwikkeld door ABF Research in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.




